Van thuiswerken naar kantoor: wat mag de werkgever bepalen?

Deel dit artikel

Van thuiswerken naar kantoor: wat mag de werkgever bepalen?

Sinds de coronapandemie is thuiswerken breed ingevoerd. Toch vindt een kentering plaats: steeds meer werkgevers willen hun werknemers weer vaker op kantoor zien. Dit was ook te zien bij Booking.com. Op 28 oktober 2026 deed de kantonrechter Amsterdam uitspraak over de aanscherping van het thuiswerkbeleid bij Booking.com. Benieuwd naar het oordeel? Lees dan snel verder!

Achtergrond

Sinds 1 juli 2023 gold bij Booking een hybride werkbeleid waarbij werknemers werden aangemoedigd om tenminste 40% van de werktijd op kantoor aanwezig te zijn. Uit periodieke metingen bleek dat slechts 27% van het personeel de aanbeveling om ten minste 40% op kantoor aanwezig te zijn, heeft opgevolgd.

Naar aanleiding hiervan heeft Booking de ondernemingsraad (OR) om instemming met een wijziging van het thuiswerkbeleid verzocht. Aanvankelijk wilde Booking een minimale aanwezigheid op kantoor van 50-60% opnemen. Na een evaluatiesessie van de OR werd dit aantal toch teruggebracht naar 40%. De OR heeft instemming geweigerd, waarna Booking de kantonrechter om vervangende toestemming verzocht.

Waarom wil Booking werknemers vaker op kantoor?

Booking stelde dat het nieuwe beleid een redelijke balans biedt tussen verplichte aanwezigheid op kantoor en flexibiliteit om thuis te werken. Hiermee worden de belangen van zowel werknemers als Booking gediend. Het thuiswerkbeleid moet bijdragen aan het behouden en bevorderen van de bedrijfscultuur, onderlinge verbinding, opleiding en ontwikkeling en effectievere samenwerking. Volgens Booking mogen deze belangen voor een werkgever zwaar wegen. Tot slot heeft Booking aangevoerd dat het huidige beleid onvoldoende heeft opgeleverd. Het uitsluitend inzetten van nog meer positieve stimuleringsmaatregelen, zonder verplichte minimum aanwezigheid, zou onvoldoende opleveren.

Waarom verzet de OR zich?

De OR voerde aan dat de doelstellingen van Booking onvoldoende concreet zijn en de noodzaak en subsidiariteit van het beleid ontbreken. Ook zouden onvoldoende maatregelen zijn genomen om de nadelen voor de werknemers te verzachten. Werknemers verwachten minder gefocust en productief te kunnen werken. Ook zouden zij extra kosten moeten maken vanwege het woon-werk verkeer.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat de OR zijn instemming onredelijk heeft geweigerd en verleent Booking vervangende toestemming voor het voorgenomen thuiswerkbeleid, waarin een aanwezigheidsplicht van 40% is opgenomen. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat Booking de OR voldoende ruimte heeft geboden om input te leveren. Zo is de aanwezigheidsplicht teruggebracht van 50-60% naar 40%, is een overgangsperiode van zes maanden opgenomen en wordt een uitzonderingsclausule gehanteerd. Ook heeft Booking toegezegd extra werk-, vergader- en kantineplekken te creëren.

Daarnaast heeft Booking volgens de kantonrechter een redelijk belang bij het thuiswerkbeleid. Regelmatige fysieke aanwezigheid op kantoor kan bijdragen aan betere samenwerking, effectievere afstemming, kennisdeling en onderling vertrouwen. Daarbij heeft Booking als werkgever beleidsvrijheid bij de inrichting van haar organisatie en hoeft zij niet op ieder aangedragen alternatief uitgebreid in te gaan. Het eerder gehanteerde beleid, waarbij werknemers slechts werden aangemoedigd om 40% op kantoor aanwezig te zijn, bleek bovendien onvoldoende effectief.

De belangen van werknemers, zoals extra reistijd en -kosten en een beperktere beschikbaarheid voor zorgtaken, wegen volgens de kantonrechter niet op tegen het redelijke belang van Booking. Daarbij betrekt de kantonrechter dat Amsterdam de standplaats is, dat de werknemers dit wisten en zij bij hun woonplaatskeuze rekening hebben kunnen houden met de reisafstand. Wél moet Booking zorgen voor voldoende werkplekken en een duidelijke spreiding van de aanwezigheid over de week.

Op 15 december 2026 wordt een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam verwacht in het hoger beroep van ASUS. Deze zaak gaat over drie verplichte kantoordagen. Ook VodafoneZiggo heeft aangekondigd werknemers te verplichten drie dagen per week op kantoor te werken. De werknemers die dit niet kunnen of willen, krijgen een vertrekregeling aangeboden. De OR moet hier nog wel mee instemmen. Het Amerikaanse mediabedrijf Skydance gaat nog een stap verder en wil een vijfdaagse kantoorplicht invoeren. Het is nog onduidelijk of deze kantoorplicht ook voor de Nederlandse werknemers zal gelden.

Toestemming voor het wijzigen van het thuiswerkbeleid wordt dus niet zonder meer gegeven, maar met deze recente uitspraak van de kantonrechter Amsterdam wordt werkgevers tóch ruimte geboden om het thuiswerkbeleid aan te passen. Is de uitspraak in de zaak van Booking.com de start van een bredere beweging, waarbij steeds meer werkgevers hun thuiswerkbeleid herzien, of blijft thuiswerken voorlopig de norm?

Heeft u vragen over het wijzigen van uw thuiswerkbeleid of de rol van de OR daarbij? Neem dan gerust contact op met De Advocaten Groep. Onze arbeidsrechtspecialisten denken graag met u mee.