Stel: een ziekenhuis gebruikt een AI-systeem dat op basis van scans een ziektebeeld dient te herkennen. Het systeem maakt een verkeerde analyse, waardoor een patiënt te laat wordt behandeld en ernstige gezondheidsschade oploopt.
De vraag die dan ontstaat is steeds relevanter: wie is aansprakelijk voor de schade? Het ziekenhuis, de softwareleverancier of de ontwikkelaar van de kunstmatige intelligentie?
Waar productaansprakelijkheid vroeger vooral draaide om fysieke producten zoals defecte machines of onveilige onderdelen, verschuift de focus steeds meer naar software, slimme apparaten en kunstmatige intelligentie (AI). De bestaande Europese regels sluiten daar onvoldoende op aan. Daarom wordt het productaansprakelijkheidsrecht gemoderniseerd.
Software en AI vallen straks ook onder productaansprakelijkheid
De nieuwe Europese Productaansprakelijkheidsrichtlijn verruimt het begrip ‘product’. Niet alleen tastbare goederen vallen straks onder de aansprakelijkheidsregels, maar ook software, AI-systemen, digitale updates en slimme toepassingen in voertuigen of machines.
Daardoor kan een producent straks ook aansprakelijk worden gehouden voor schade die ontstaat door een foutieve software-update, een onveilig algoritme of een AI-systeem dat verkeerde beslissingen neemt.
Dat is een belangrijke verandering. Softwarefouten kunnen immers net zoveel schade veroorzaken als een defect (fysiek) onderdeel.
Ook digitale schade telt mee
Niet alleen lichamelijke of materiële schade speelt een rol. Onder de nieuwe regels kan in bepaalde gevallen ook schade aan data of digitale systemen voor vergoeding in aanmerking komen.
Denk bijvoorbeeld aan medische software die verkeerde behandeladviezen geeft, slimme voertuigen die onveilige beslissingen nemen of software-updates die complete systemen onbruikbaar maken. De financiële en operationele gevolgen daarvan kunnen aanzienlijk zijn.
Consumenten krijgen een sterkere positie
Voor consumenten wordt het eenvoudiger om schade veroorzaakt door complexe software of AI-systemen aannemelijk te maken. Dat is relevant, omdat de werking van kunstmatige intelligentie vaak moeilijk te doorgronden is voor consumenten.
Rechters krijgen meer ruimte om aansprakelijkheid aan te nemen wanneer producenten onvoldoende transparant zijn over de werking van hun systemen of wanneer de technische oorzaak van de schade lastig te bewijzen is. Juist daarom worden documentatie, veiligheidsmaatregelen en duidelijke informatievoorziening steeds belangrijker.
Producenten moeten zich nu al voorbereiden
Voor producenten, ontwikkelaars en leveranciers nemen de aansprakelijkheidsrisico’s toe. Bedrijven doen er verstandig aan om hun contracten, algemene voorwaarden en verzekeringen opnieuw tegen het licht te houden. Ook interne compliance- en kwaliteitsprocessen zullen beter moeten aansluiten op de risico’s van software en AI.
Daarnaast wordt het steeds belangrijker om inzichtelijk te kunnen maken hoe een AI-systeem werkt, welke keuzes het maakt en welke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen.
Nieuwe regels vanaf eind 2026 verwacht
De nieuwe regels zullen naar verwachting gelden voor producten die vanaf 9 december 2026 op de markt worden gebracht. De exacte datum van inwerkingtreding staat nog niet definitief vast, omdat het wetsvoorstel eerst nog door de Tweede en Eerste Kamer moet worden aangenomen.
De modernisering van het productaansprakelijkheidsrecht laat zien dat aansprakelijkheid zich niet langer alleen richt op fysieke producten, maar steeds vaker op software, algoritmes en kunstmatige intelligentie.
Voor zowel consumenten als producenten is dit een belangrijke en ingrijpende verandering. Transparantie, veiligheid en duidelijke afspraken worden belangrijker dan ooit.
Wilt u weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor uw organisatie? Wij helpen u graag bij het beoordelen van uw algemene voorwaarden, contracten en aansprakelijkheidsrisico’s, zodat uw organisatie voorbereid is op de nieuwe wetgeving.